direct naar inhoud van Artikel 3 Regels ten aanzien van Bedrijventerrein - Haven
Plan: Buitenhaven
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0718.BVBU01-VG01

Artikel 3 Regels ten aanzien van Bedrijventerrein - Haven

3.1 Bestaand gebruik en bestaande bouwwerken
  • a. de in het verordeningsgebied gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik;
  • b. bestaande bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen op dezelfde locatie.

3.2 Aanvulling ten aanzien van het GEBRUIK

In aanvulling op het bepaalde in lid 3.1:

  • a. het is toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor kade- of havengebonden bedrijven, alsmede voor bedrijven, die overwegend diensten verlenen voor kade- en havengebonden bedrijven, voor zover deze voorkomen in ten hoogste bedrijven uit:
  • b. ter plaatse van het besluitsubvlak kazerne: tevens een kazerne;
  • c. het is toegestaan gronden en gebouwen tevens te gebruiken gebruikt ten dienste van de beroeps- en passagiersvaart met alle daarbij behorende dienstverlening en beheersvoorzieingen, zoals kaden, loopbruggen, aanlegsteigers, reparatie- en servicevoorzieningen, botenliften, kranen  en hellingen;
  • d. de hoogte van opslag bedraagt niet meer dan 125% van de voor de besluitsubvlakken voorgeschreven hoogte van gebouwen;
  • e. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan;
  • f. de gronden behoren tot een gezoneerd industrieterrein;
  • g. activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage 1994 in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage, zijn niet toegestaan.

3.3 Aanvulling ten aanzien van het BOUWEN

In aanvulling op het bepaalde in lid 3.1 is het toegestaan om gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen waarbij de volgende voorwaarden gelden:

  • a. een bouwperceel tot ten hoogste 75% te bebouwen;
  • b. ter plaatse van het besluitsubvlak kazerne bedraagt de hoogte van gebouwen niet meer dan 13 m;
  • c. ter plaatse van gronden zonder besluitsubvlak kazerne bedraagt de hoogte van gebouwen niet meer dan 15 m;
  • d. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 125% bedragen van de voor de besluitsubvlakken voorgeschreven hoogte van gebouwen.

3.4 Afwijken van de gebruiksregels
3.4.1 Afwijken van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'gezoneerd industrieterrein'

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2:

  • a. om bedrijven toe te laten uit twee categorieën hoger dan in lid 3.2  genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de volgens lid 3.2 toegelaten categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • b. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de volgens lid 3.2 toegelaten categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met inachtneming van de volgende bepalingen:
    • 1. risicovolle inrichtingen zijn niet toegestaan;
    • 2. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan;
    • 3. activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage 1994 zijn niet toegestaan in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage;
  • c. de bevoegdheid tot afwijken wordt uitsluitend gebruikt indien de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.