direct naar inhoud van 4.2 Beleidsaspecten
Plan: Buitenhaven
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0718.BVBU01-VG01

4.2 Beleidsaspecten

In het kader van deze beheersverordening is getoetst welke beleidsstukken op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau relevant zijn. Gelet op de uitgangspunten van deze verordening, is uitsluitend stil gestaan bij beleid, dat eventueel consequenties daarvoor kan of dient te hebben. Omdat de beheersverordening ziet op het beheer van de bestaande situatie is een uitgebreidere toets niet noodzakelijk.

4.2.1 Rijksbeleid

Op 22 november 2011 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte door de Tweede Kamer aanvaard en op 1 januari 2012 in werking getreden. In deze structuurvisie schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. In de visie worden een aantal nationale belangen benoemd. De havens van Vlissingen en Terneuzen worden specifiek benoemd en vormen het derde havencomplex van Nederland.

4.2.2 Provinciaal beleid

In het Omgevingsplan Zeeland 2012-2016 (vastgesteld 28 september 2012) is het gebied als zeehaventerrein aangegeven. Daarin is tevens aangegeven, dat de provincie de ontwikkeling daarvan bevordert. Het in voorbereiding zijnde masterplan voor dit haventerrein en het omliggende gebied zal daarvoor een belangrijke pijler vormen. Tevens kan de mogelijke vestiging van de marinierskazerne, waaraan prioriteit wordt gegeven in het ruimtelijk beleid, van invloed zijn op visievorming op dit bedrijvengebied op lange(re) termijn.

4.2.3 Gemeentelijk beleid

Structuurvisie

In de gemeentelijke structuurvisie (vastgesteld 17 december 2009) is de Buitenhaven aangegeven als bestaand bedrijventerrein. Tevens zijn de cruiseterminal en het NS-station aangegeven.

Welstandsnota

De eisen voor de bedrijventerreinen, waaronder de Buitenhaven, zijn vastgesteld in de Welstandsnota 2006. De nota beschrijft de stedenbouwkundige kenmerken en het bebouwingsbeeld. Vervolgens zijn criteria geformuleerd op hoofdaspecten en deelaspecten.

4.2.4 Conclusie

Het rijks-, provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid staat de totstandkoming van deze beheersverordening niet in de weg. De beheersverordening komt overeen met de bestaande situatie zoals in de beleidsdocumenten is aangegeven.