direct naar inhoud van 4.3 Omgevingsaspecten
Plan: Buitenhaven
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0718.BVBU01-VG01

4.3 Omgevingsaspecten

Voorafgaand aan de keuze voor de inzet van de beheersverordening voor de Buitenhaven, heeft een scan plaatsgevonden van relevante omgevingsaspecten. Dit onderzoek is beperkt van aard, omdat de beheersverordening is gericht op consolidatie van de bestaande planologisch-juridische situatie. Het onderzoek richtte zich erop te bepalen of in het gebied vanuit milieu, geluid, water, natuur, externe veiligheid of cultuurhistorie aanleiding bestaat tot het treffen van maatregelen of het stellen van regels. Hiervoor is een toets uitgevoerd of voldaan wordt of kan worden voldaan aan wet- en regelgeving.

4.3.1 Milieu

Algemeen

Uit de staat van bedrijven blijkt, dat de al vigerende situatie wordt gehandhaafd: kade- en havengebonden bedrijven en bedrijven, die daaraan gerelateerd zijn. Deze bedrijven veroorzaken, geen onevenredige hinder (zoals geur, geluid, stof) voor de omgeving:

  • aan de oostzijde het bedrijventerrein Poortersweg, landelijk gebied met verspreid liggende burgerwoningen en op circa 1 tot 1,5 km de kern Ritthem;
  • op 400 m afstand aan de noordzijde de kern Oost-Souburg;
  • aan de westzijde gebieden, die bestemd zijn voor bedrijven (Kenniswerf-oost), onderwijsinstellingen (Kenniswerf) en binnenhavenactiviteiten (visserij, betonning, jachthaven en daaraan gerelateerde bedrijvigheid). Dit gebied wordt momenteel geherstructureerd.

De toegelaten bedrijven aan de Buitenhaven vormen voor de ontwikkeling en herstructurering van de gebieden, woongebieden en toekomstige marinierskazerne geen belemmering.

De afstemming via de geldende omgevingsvergunningen voor milieu en de geluidszone (zie paragraaf 4.3.2) zorgen ervoor dat de gevestigde bedrijven kunnen worden gehandhaafd ook al behoren deze tot een milieucategorie met een grotere afstand (in totaal 700 m) dan op grond van de algemene categorisering in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zou voortvloeien (400 m). Deze inwaartse milieuzonering is weergegeven in bijlage 3. Op grond hiervan kan bedrijvigheid worden toegestaan tot en met categorie 4.1 van tot en met 5.2 de Staat van Bedrijfsactiviteiten.

Bodem en luchtkwaliteit

Er is geen onderzoek verricht naar de bodem. Deze aspecten zijn alleen relevant als er nieuwe ontwikkelingen in het gebied mogelijk zijn. Hiervan is geen sprake. Ditzelfde geldt voor luchtkwaliteit. Dit is ontleend aan onderzoek dat is verricht voor het bestemmingsplan Kenniswerf-oost.

Plan-m.e.r.-plicht

Uit deze beheersverordening volgt geen Plan-m.e.r.-plicht aangezien er geen nieuwe mer-(beoordelings)plichtige activiteiten worden toegestaan ten opzichte van de vergunde en de bestaande situatie. In de regeling worden nieuwe activiteiten uitgesloten die als mer-(beoordelings)plichtige activiteiten, zijn aangemerkt in de lijsten C en D van het Besluit mer.

Vesta Terminal Flushing bv biedt opslagcapaciteit voor onder andere olie. Het behoort niet tot de chemische industrie. Vandaar dat het bedrijf niet is aan te merken als een bedrijf genoemd onder D25 in de lijst behorend bij het Besluit mer. Daardoor is het bedrijf niet m.e.r.beoordelingsplichtig. Uit analyse blijkt tevens dat het bedrijf niet valt onder de planmer-plicht (vanaf 200.000 ton). Vesta Terminal Flushing bv, heeft namelijk aan de Oosterhavenweg een opslagcapaciteit van 178.500 m³ en aan de Westerhavenweg 38.600 m³. De gezamenlijke inhoud bedraagt 217.600 m³. Rekening houdend met een soortelijk gewicht van 0,9, is er een opslagcapaciteit vergund van 195.390 ton. In de milieuvergunning is destijds reeds beoordeeld dat met het maximeren van de inhoudsmaat, de drempel voor de tonnage niet wordt overschreden. De bestaande situatie wordt ter verduidelijking in bijlage 2 vermeld.

Voorts blijkt dat mogelijke nadelige effecten van de Buitenhaven zijn begrensd door de geldende omgevingsvergunningen en geluidszone. In de directe nabijheid ligt infrastructuur die een directe aansluiting geeft op het rijkswegennet. Hierdoor zijn er in de bestaande situatie geen nadelige effecten voor de omgeving aan de orde.

4.3.2 Geluid

Wegverkeer

Het geldende bestemmingsplan staat bedrijfswoningen toe. Deze mogelijkheid wordt in de beheersverordening, om milieutechnische redenen, niet langer gecontinueerd. Dat betekent, dat uit een oogpunt van wegverkeerslawaai geen akoestisch onderzoek vereist is.

Industrie

De Buitenhaven is een gezoneerd industrieterrein, dat op 24 september 2009 door de gemeenteraad door middel van de zogenaamde 'Parapluherziening bestemmingsplannen geluidszone industrieterrein De Schelde/Buitenhaven' juridisch is verankerd. Deze parapluherziening belemmert niet de vaststelling van een beheersverordening, waarin de bestaande situatie wordt geconsolideerd. Het gebied wordt aangemerkt als gezoneerd industrieterrein.

Spoorweg

Het gebied van de beheersverordening is op circa 30 m van de spoorlijn gelegen, waarvoor een zone geldt van 100 m. Het gebied van de beheersverordening valt dus binnen die zone. Er worden geen geluidsgevoelige bestemmingen toegelaten. Akoestisch onderzoek is dan ook niet vereist.

4.3.3 Water

Een belangrijk deel van het gebied van de beheersverordening omvat het waterstaatswerk (de primaire waterkering) en de daarbij behorende beschermingszone A. Deze zijn op de verbeelding aangegeven. In de regels is een vergelijkbare regeling opgenomen als in aangrenzende bestemmingsplannen.

Omdat de bestaande situatie wordt gehandhaafd behoeven andere wateraspecten geen nadere toelichting.

4.3.4 Natuur

Gebiedsbescherming

Natura 2000 Westerschelde & Saefthinge

Het gebied van de beheersverordening ligt op enige afstand van de Westerschelde, die is aangewezen als Natura 2000-gebied. Geluid en licht kunnen in beginsel een extern effect hebben op dit gebied. Gelet op de soorten en de afstanden tot de betreffende locaties, zijn significante effecten uit te sluiten. Omdat de beheersverordening geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is een voortoets, gezien de hiervoor beschreven situatie, naar eventuele effecten niet vereist.

Bij de aanwijzing tot Natura-2000-gebied is ook rekening gehouden met de aanwezigheid en de ontwikkelingsmogelijkheden ter plaatse van de Buitenhaven.

Ecologische Hoofdstructuur (EHS)

De Westerschelde is naast Natura 2000-gebied tevens een onderdeel van de EHS. De provinciale EHS ligt op meer dan 100 m afstand van het plangebied. De beoordeling van de planologische afwegingszone is dan ook niet noodzakelijk. Gezien de grote afstand tot Fort Rammekens zijn effecten uit te sluiten en is een nadere beoordeling niet noodzakelijk, mits er geen verzurende emissies via de lucht te verwachten zijn.

Soortbescherming 

Broedvogels en vleermuizen

Het gebied herbergt vooral algemene broedvogels, kenmerkend voor een relatief stedelijk milieu. Buiten het broedseizoen worden er verschillende water- en kustvogels gezien, die in het rustige water van de havens komen foerageren of rusten. Het is een afwisselend gebied.

Overige (beschermde) soorten

Beschermde planten, insecten of amfibieën zijn niet waargenomen. Het voorkomen van algemene amfibieënsoorten is waarschijnlijk.

Conclusie en randvoorwaarden

In het gebied van de beheersverordening komen geen natuurterreinen voor, zodat de ontwikkelingen passen binnen de huidige regelgeving. Bij werkzaamheden in het gebied dient rekening te worden gehouden met de volgende aspecten.

  • (Significante) effecten op het Natura 2000-gebied Westerschelde zijn uit te sluiten.
  • Verstoring van de EHS is niet te verwachten, indien geen relevante (verzurende) emissies via de lucht zullen plaatsvinden.
  • Onderzoek op het gebied van de beschermde flora en fauna is noodzakelijk, voordat werkzaamheden uitgevoerd gaan worden. Dit heeft betrekking op de normale zorgplicht, die uit deze wet voortvloeit voor alle grondeigenaren en gebruikers.

Nadere toelichting

Een nadere toelichting op het vorenstaande is opgenomen in bijlage 4

4.3.5 Externe veiligheid

In het plangebied is één risicovolle inrichting aanwezig, Vesta Terminal Flushing b.v. Het bedrijf valt binnen de werkingssfeer van het Besluit risico's zware ongevallen (BRZO). Vanwege de aard en omvang van de opgeslagen stoffen (vloeibare brandstoffen met een hoog brandpunt, zgn. K3-stoffen) is ter plaatse geen contour voor het plaatsgebonden risico te bepalen.

De contour van het plaatsgebonden risico tengevolge van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Westerschelde bevindt zich langs de vaargeul. Dit houdt in, dat deze contour is gelegen buiten het gebied van de beheersverordening. Het gebied ligt wel binnen het invloedsgebied van de Westerschelde. In 2004/2007 zijn ter plaatse geen knelpunten met betrekking tot het groepsrisico geconstateerd.

Omdat de beheersverordening geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt ten opzichte van de bestaande situatie, vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor deze verordening.

In bijlage 5 is het onderzoek externe veiligheid opgenomen.

4.3.6 Cultuurhistorie

Cultuur

Binnen het plangebied bevinden zich het NS-station, dat als monument is aangewezen. Er zijn geen andere cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig. Met de Monumentenwet voor het stationsgebouw en het welstandstoezicht voor alle objecten is het aanzien en behoud voldoende gewaarborgd.

Archeologie

Uit onderzoek van de Walcherse Archeologische Dienst is gebleken, dat er zich binnen het verordeningsgebied twee verschillende terreinen met verschillende archeologische waarden bevinden. Deze zijn op de verbeelding aangegeven met daaraan gekoppeld de regels, zoals deze ook voor bestemmingsplannen worden toegepast.